Caledonisch kanaal

Inverness - Corpach

Nooit gedacht dat ik de Zeevalk als een eigenwijs hondje door de sluis zou moeten trekken. De eerste meters wil ze niet, maar eenmaal op gang is ze niet meer te stoppen. Bij de sluizentrap is het dus heel normaal dat je de boot aan de lijn meeneemt. Omdat we met ons tweeën zijn, krijgen we hulp van een sluiswachter: ik voorbij de boeg, de sluiswachter achter en Hans aan het roer natuurlijk! Het is verstandig om achteraan in de sluis te gaan liggen, want het geweld van het kolkende water bij het openzetten van de sluis is niet mis.

We gaan meters omhoog in de sluis 

Bij de vijfsluizentrap van Fort Augustus is het druk. Voor veel mensen is dit een attractie: boten die dertien meter klimmen naar het niveau van Loch Ness. Tientallen telefoons, camera's en iPads staan op ons gericht. Na een uur gaat de vijfde en laatste sluisdeur open. Voor ons ligt Loch Ness: een immense, inktzwarte watermassa. De dieptemeter schiet direct naar de honderd meter en uiteindelijk zelfs dik over de tweehonderd. Het idee dat er onder onze zeilboot meer zoet water ligt dan in heel Engeland bij elkaar geeft ons spontaan een klein en nietig gevoel.

Loch Ness

Het monster spookt wel door mijn hoofd. Ik leg mijn camera alvast klaar; je weet maar nooit...

Het landschap verandert voortdurend. De buien volgen elkaar op. De bergen lijken nog groener als ze nat zijn en wanneer de zon even doorbreekt, worden de kleuren onwerkelijk fel. Zo verveelt de omgeving nooit. Helaas zit zeilen er niet in. De wind staat pal tegen en we moeten het hele meer over motoren, maar dat zijn we inmiddels wel gewend.


Hoogste punt


We nemen de laatste sluis voor Loch Oich. Als we op het wad zouden zijn, zouden we zeggen dat we op het wantij liggen. Want Loch Oich is het hoogste punt van het kanaal. In dit meer stroomt al het ijskoude water van de omliggende bergen samen. Een mooi moment om even in dat pikzwarte, heldere bergwater te springen voor een douche. Vanaf hier zakken we weer 32 meter naar zeeniveau.


Invergarry 


We vinden een mooi plekje bij Invergarry, aan een steigertje op Loch Oich. Het uitzicht is prachtig: groene bergen achter ons, een kasteelruïne aan bakboord en het pikzwarte water. Als we aankomen horen we doedelzakken spelen, heel toepasselijk hier in de Schotse Highlands.


Na de lunch trekken we onze wandelschoenen en regenpakken aan. Het duurt niet lang voordat we weer in de regen lopen en het blijft ook niet bij een buitje. We wandelen door een prachtig bemost bos naar een waterval en nemen dezelfde weg terug, om niet te verdwalen en om snel weer droog op de boot te zijn.


Mossig bos


We zijn helemaal blij met ons plekje aan de steiger, maar niet veel later komt er een Schot aanvaren. Zijn boot ziet eruit alsof hij al jaren onderweg is: helemaal zelfvoorzienend en alleen. Hij gaat dwars achter ons liggen, op de kop van de ponton van nog geen meter breed. Hij goochelt wat met lijnen en even later ligt de boot goed vast. We kunnen er niks van zeggen, maar jammer is het wel. Helemaal als hij stroom gaat opwekken met een aggregaat en daarna uitgebreid op de steiger staat te bellen.


Na een verfrissende sprong in het diepe gooien we de lijnen los. We vertrekken vroeg in de ochtend om later die dag aan te komen bij Fort William. Het is windstil. Het water ligt er spiegelglad bij en weerspiegelt de bomen, de bergen en de wolken alsof de wereld ondersteboven hangt. Het tafereel oogt bijna surrealistisch.


Sluis Laggan


We moeten door sluis Laggan voordat we op Loch Lochy komen. Voor het eerst gaan we zakken en dat is een stuk rustiger in de sluis dan wanneer het water naar binnen kolkt. Loch Lochy oogt vriendelijk. Ik zie wat kiezelstrandjes en de bergen lijken wat glooiender te worden. Na uren motoren zien we Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland. Meestal is de bergpiek bewolkt, maar af en toe zien we haar helemaal. Er ligt nog een beetje sneeuw op. In de winter kunnen ze hier met een beetje geluk skiën.



Ben Nevis

Als we bij sluis Gairlochy aankomen, moeten we wachten. Hier is de lunchpauze ineens van 13.00 tot 14.00 uur. Hans maakt gebruik van dit nutteloze uurtje en gaat douchen. We hebben een sleutel gekregen die we langs de hele route kunnen gebruiken voor toiletten en douches. Na deze sluis moeten we door een kanaal naar Corpach. Hier ligt de beroemde Neptune’s Staircase, een complex van acht sluizen dat ons in anderhalf uur tijd negentien meter naar beneden brengt. We melden ons aan om de volgende ochtend de eerste schutting te nemen.


De volgende ochtend worden we wakker met getik op de Zeevalk. De wolken hangen laag over Ben Nevis. We zetten eerst maar eens een stevige bak koffie. Niet alleen om wakker te worden, maar ook om genoeg moed te verzamelen om straks naar buiten te gaan in de stromende regen.




Neptune's Staircase

De marifoon staat aan, want om 09.00 uur mogen we door de Neptune's Staircase. De crew van twee andere gehuurde motorboten, die vandaag ook zouden schutten, meldt zich per marifoon af. Je herkent ze aan hun knaloranje opgeblazen zwemvesten. Vanmorgen kwam er nog een man naar ons toe met een bijzondere vraag: aan welke kant hij andere boten moest passeren. Toch best belangrijke kennis als je op een smal kanaal vaart. Wij zijn uiteindelijk de enigen die de sluis invaren. Het regent inmiddels pijpenstelen. De Schotten noemen dat:  "It's a dreich day." Ik heb er zin in.


"Bestaat er eigenlijk een recordtijd voor deze acht sluizen?", vraag ik aan een vriendelijke sluiswachter. "Jazeker," antwoordt hij, "vijfenvijftig minuten."


Ik en sluiswachter Jenny 

Nog voordat de sluisdeuren helemaal open zijn, por ik Hans aan om alvast wat extra gas te geven. Zodra de deur op een kier staat, trek ik de Zeevalk naar de volgende sluis. We gaan ervoor! Veel publiek hebben we niet. Na de eerste sluis houden de meeste toeschouwers het voor gezien. Normaal gesproken is de Neptune's Staircase een van de grote toeristische trekpleisters van Schotland, maar vandaag wint de regen. "Hoe staan we ervoor?" vraag ik onderweg. "Een paar minuten achter op schema." Jammer, maar de wedstrijd is nog niet verloren. We blijven doorzetten, nat tot op het bot, maar met veel lol. Uiteindelijk breken we het record niet. Maar wat geeft het? We hebben iets veel leukers meegemaakt: alleen door de beroemde sluizentrap, in de stromende Schotse regen. Geen publiek, geen andere boten, alleen wij. Het is misschien geen recordtijd, maar wel binnen het uur. En dat is heel wat sneller dan de anderhalf uur die er normaal voor staat. In de laatste sluis moeten we nog even wachten, omdat de stoomtrein, de beroemde Harry Potter-trein, over de brug komt. Van de trein zelf krijgen we nauwelijks iets te zien. We zien alleen een wolk stoom voorbij stuiven. 


Loch Linnhe, zoutwater


Met de Zeevalk hebben we de eeuwenoude Great Glen bevaren. Een indrukwekkende breuklijn die als een diepe vallei dwars door Schotland loopt en de Noordzee met de Atlantische Oceaan verbindt Onderweg beklommen we een ‘zeeberg’ van 32 meter boven zeeniveau, passeerden 29 sluizen en hebben we 12 bruggen laten draaien. Nu rest nog slechts één sluis die ons scheidt van de Atlantische Oceaan.. Die nemen we de volgende dag, of misschien nog een dag later als het weer dat toelaat. Er staat namelijk een aardig windje tegen op Loch Linnhe. Ik maak van de gelegenheid gebruik om naar een scheepswrak te lopen, die daar op het strand ligt. Ik ruik de zilte zeelucht, heerlijk! We gaan weer aan een nieuw avontuur beginnen. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Ons plan

De trossen zijn los!

Retteketet neemt sabbatical