Waarom zo'n haast?

Fraserburgh - Inverness

“Waarom zo'n haast?”, zullen sommigen denken. Ons doel is de westkust van Schotland, aan de Atlantische Oceaan. We zouden nog wéken langs de noordoostkust kunnen zwerven. De pittoreske dorpjes en haventjes die we passeren oefenen een enorme aantrekkingskracht op ons uit. Het liefst zouden we ze allemaal bezoeken, maar we moeten keuzes maken en houden ons aan het plan. Ons lijstje ‘nog te bezoeken’ wordt ondertussen alleen maar langer.

Tussen de vissers in Fraserburgh

Noodgedwongen blijven we drie nachten in Fraserburgh liggen: eerst staat er te veel wind, daarna tegenwind. Er is plek voor twee gastboten. Terwijl wij tussen de kleine vissersbootjes dobberen, liggen er verderop in de haven enorme joekels van trawlers met ronkende motoren.


'Big trawlers'

Fraserburgh is geen toeristisch ansichtkaartstadje. Het is een actieve vissershaven met stoere getatoeëerde vissers, ronkende dieselmotoren, vislucht, krijsende meeuwen en een constante stroom vrachtwagens die komen laden en lossen. De huizen zijn klein, praktisch en aaneengesloten. De sfeer is niet pittoresk, maar eerlijk en puur. Hier staat de zee centraal, niet de uitstraling. Het is even wennen, maar zoals zo vaak op dit soort plekken: na een tijdje ga je het waarderen.


Tussen Fraserburgh en Lossiemouth wisselen ruige kliffen, vissersdorpen, zandstranden en beschutte haventjes elkaar af. De hele kust ademt visserijgeschiedenis, met kleurrijke huizen en havens die soms al honderden jaren oud zijn. Vanaf het water lijken de dorpjes op pinguïnkolonies in Antarctica. De huizen staan dicht tegen elkaar aan, alsof ze beschutting zoeken tegen de gure zeewind die hier altijd aanwezig is.

Wij gooien ons anker uit in Sandend, een ruime beschutte baai omringd door goudgele stranden. De zachte deining wiegt ons in slaap. De volgende ochtend worden we wakker van het geluid van de branding. De mooie golven trekken drie jongens op hun surfboards het water in. Leuk om te zien! Wij varen door naar Lossiemouth. Onderweg maken we grote kans op wildlife: dolfijnen, walvissen, zeehonden, jan-van-genten en alken. Ik tuur wat af, maar helaas zie ik alleen vogels. Tussen de meeuwen vallen de alken direct op. Waar meeuwen moeiteloos zweven, lijken alken te kiezen voor het speelgoedvogeltje-effect: korte, stijve vleugels die zo snel bewegen dat het bijna lijkt alsof ze ronddraaien.

Buien gaan over het land

Vanaf zee zien we indrukwekkende wolkenluchten voorbijtrekken. Donkere buienwolken wisselen elkaar af met zonlicht dat het water plotseling laat oplichten. De wind voelt heerlijk fris. Soms ruikt de zee naar vers gemaaid gras: fris, groen en levendig. Die bijzondere geur komt vaak van grote hoeveelheden zeewier en microscopische algen langs de kust. Op warme of winderige dagen kan dat verrassend veel weg hebben van vers gemaaid gras.

We zien bijna geen andere zeilboten. Het is opvallend rustig. Helaas moeten we alles op de motor doen. Het grootzeil ligt al dagen nutteloos te wachten op wind. De zee is zo vlak en kalm dat motoren niet eens zo erg is, al verstoort het gebrom wel de rust.


Vroeg in de middag komen we in Lossiemouth aan, een kustplaats met langgerekte goudgele stranden. We liggen achter hoge pieren, midden in de stad. Lossiemouth ligt aan de monding van de rivier de Lossie en heeft een gemoedelijke, enigszins toeristische sfeer. We zetten onze voeten in het zand, wandelen een stuk langs zee en keren via de rivier terug naar de haven.

De volgende ochtend vertrekken we al vroeg. We willen niet te veel tegenstroom bij Inverness hebben. Het is laagwater en even spannend of we de haven uit kunnen vanwege enkele ondiepe stukken. Voor de zekerheid trekken we het roer en zwaard omhoog en motoren heel voorzichtig naar buiten. Op een gegeven moment zien we nog maar tachtig centimeter op de dieptemeter staan. Gelukkig is dat geen probleem voor de Zeevalk.

Lossiemouth

Ook vandaag wordt het weer motoren: blik op oneindig en gaan. Langzaam verandert het landschap. We varen van open zee naar een beschutte baai met groene, begroeide heuvels. Rond de ingang zien we eindelijk waar we al dagen op hopen: dolfijnen. Een groepje dolfijnen zwemt enthousiast onze kant op en speelt een tijdje rond de boot. Misschien zijn ze net zo blij als wij; eindelijk weer eens een zeilboot om mee op te trekken.

Het weer is wat somber. Lage wolken hangen boven de heuvels en geven het landschap een typisch Schotse sfeer. In de verte verschijnt de hoge Kessock Bridge, die al van ver zichtbaar is. Zodra we eronderdoor varen, zien we aan bakboord de marina van Inverness liggen.

Vanaf de marina lopen we langs de rivier de Ness richting het centrum. Inverness voelt direct anders dan de vissersplaatsen die we de afgelopen weken bezocht hebben. Het is een levendige stad met winkels, terrassen en opvallend veel mensen uit verschillende landen: Canada, Amerika , Australië, Alaska en natuurlijk Nederland. De muzikanten spelen daar leuk op in en weten bijna bij elk land wel een deuntje te spelen. Wij krijgen The Dutchman te horen.


Wij gaan meteen op ons doel af. Hans had het al uitgezocht: de beroemde Hootananny. Deze pub staat bekend om zijn live Schotse muziek en blijkt precies zo gezellig als beloofd. Het is zo'n plek waar je eigenlijk maar even naar binnen wilt lopen, maar waar je uiteindelijk de hele avond blijft hangen. Het is er gezellig druk. Tussen de weinige locals en vele toeristen proosten wij met een flinke pint. Hier maken we ons klaar voor het volgende hoofdstuk van de reis: het Caledonisch Kanaal, dat ons dwars door de Schotse Hooglanden naar de Atlantische kant van Schotland zal brengen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Ons plan

De trossen zijn los!

Retteketet neemt sabbatical