Rondje Martinique

Om de zuid en om de oost 

Even terug in de tijd. Het is januari 2021 en we zijn in Suriname. Samen met de Choctaw broeden we op plannen om aan de oostkant van Martinique te gaan zeilen. Best een uitdaging, want de oostkant is de Atlantische kant: open, ruig, onbekend, onbeschut, en met veel riffen. Waarom we daar toch heen willen? Het avontuur roept!

Zeevalk met dinghy Dikdak

De Zeevalk heeft de haven van Marin verlaten en sleept nu trots een nieuwe dinghy achter zich aan. We noemen 'm de Dikdak, omdat ie dik, rond en stevig is. Hopelijk brengt de Dikdak ons veilig aan land. Zonder dinghy zouden we niet kunnen ankeren. Hier in de Carieb heb je er echt een nodig om flexibel te zijn. Na een maand in de haven te hebben gelegen, gooien we weer eens lekker het anker uit. We liggen naast de Choctaw in helder turquoise water, een hagelwit strand met wuivende palmbomen pal voor onze boeg. Hier heb ik echt naar uitgekeken, over gedroomd en gefantaseerd. Dit is het tropische plaatje dat ik altijd in mijn hoofd heb. Dit is de ansichtkaart die ik in gedachten in een winkel gekocht heb en naar familie en vrienden gestuurd heb.

Nu we het eiland hebben verkend over land, besluiten we met de Zeevalk om het eiland heen te zeilen. We beginnen rustig aan om zo wat vertrouwen in het vaargebied te krijgen. Want het mooie, kristalheldere blauwe water oogt vriendelijk, maar kan zeer misleidend zijn. Om ons heen zien we midden op een rif wrakken van boten liggen. Een akelig gezicht, maar het helpt ons eraan herinneren dat een goede navigatie essentieel is. Een ongeluk zit tenslotte in een klein hoekje. De Zeevalk heeft het geluk het midzwaard omhoog te kunnen tillen. Heel anders dan onze eigen Waddenzee of Suriname, waar het overal lekker modderig is, geven riffen helaas niet mee.


                                                     
Anse Noir boven water

In het Caribische gebied waait altijd een constante wind uit het oosten, de beroemde passaatwind. De westkust is daarom de makkelijke zeilkant van het eiland met relatief weinig hoge golven, en beschutte baaien. De afstanden die we afleggen, zijn goed te doen en er zijn genoeg mooie plekken om te ankeren. Ik wil graag in Anse Noire liggen, een verstopte baai, en daar het anker tussen de zeeschildpadden uitgooien. Toen ik daar eerder over las, zag ik het al helemaal voor me.

Anse Noir is genoemd naar het zwarte zand op het strand. De hoge steile rotswanden, bekleed met tropische planten, geven beschutting tegen de oostpassaat. Een droomplek, zó uit een reisgids. De rust, de palmbomen op het strand die overgaan in het tropische groene dal. Hier in deze baai geen restaurantjes of cafeetjes. De mensen komen hier met een handdoek, een koelbox en een snorkel, en genieten net als wij van al het moois. Af en toe wordt de rust verstoord door een pelikaan die uit de lucht in het water plonst, bommetjeeeee! 

Onderwater snorkel ik met drie zeeschildpadden die zich nergens iets van aantrekken. Ik zie ze op de bodem zeegras eten. Af en toe zwemmen ze rakelings langs mij omhoog om lucht te happen. 'Hé joh, afstand houden', denk ik bij mezelf, dat staat op de infoborden op het strand! Niet alleen de zeeschildpadden zijn geweldig. Ik word af en toe omringd door een enorme school sardientjes die om de Zeevalk heen zwemt. De zon schittert op hun schubben en als ze dan opeens van richting veranderen, geeft dat een fantastisch effect. Ik kom terug met een camera vol foto’s. Zo kan ik Hans laten zien hoe mooi het is, boven en ook onder water.



Anse Noir onderwater

Het zusje van Anse Noir is Anse Dufour. Ze liggen vlak bij elkaar, maar er is een wereld van verschil. Dufour ligt aan de voet van een berg, verscholen achter bomen, met ontzettend veel bloemen. Tussen al dat groen door zien we een prachtige baai met goudkleurig zand. Zo anders dan Anse Noir met haar dramatische zwarte strand. We lopen via een trap naar beneden, het strand op. Links liggen vissersboten met daartussen wat zonaanbidders. Aan de rechterkant twee simpele huisbarretjes. De baai is wat wijder dan Anse Noir, en geeft goede bescherming door de steile rotshellingen. Alleen de ankergrond is hier wat moeilijk, merken we. Zelfs met ons (te grote) Mantus-anker krijgen we geen grip. Ik ben via Anse Noir naar Dufour gesnorkeld. Onderwater zie ik grote rotsplaten, diepe gleuven en ravijnen. Langs de rand is het soms meer dan 15 meter diep en kijk ik in een donker gat. Ik verbaas me steeds weer over de diversiteit van de onderwaterwereld.


Anse Dufour

Na drie nachten varen we verder richting het zeer toeristische plekje Pointe du Bout. Hier leggen we in een klein haventje aan om de accu’s op te laden en drinkwater te tanken. De witte stranden zijn erg geliefd. Ondanks corona, is het er druk. Restaurants, barretjes en kledingwinkels zijn allemaal open, nóg wel. Heel anders dan ons leven op de boot met de rust, de stilte en het één zijn met de natuur. Na twee nachten vertrekken we. De wind is gaan waaien en op een woeste zee boksen we op tegen wind en golven. Op naar Les Trois-Îlets! 

Onderweg naar Les Trois-Îlets

Dit kleine plaatsje ligt op een schiereiland in het zuiden van Martinique. De baai heeft een prachtig uitzicht op Fort de France, waar telkens donkere wolken boven hangen door de bergtoppen van de Pitons de Carbet. Het aanzicht van het dorp is Caribisch/Mediterraans. Dit komt door de ligging van de huizen die opeen gestapeld tegen een helling aan liggen. De vorm van de daken en de terracotta dakpannen zorgen voor een mediterrane uitstraling. Het dorpje Les Trois-Îlets, vernoemd naar de drie eilanden in de baai, is sfeervol en authentiek. Er is een overdekte markt op het plein bij de kerk, waar je verse locale producten kunt kopen. En... er is ook een leuke wandelroute door de mangrove, die ik samen met Liza en Hans heb gelopen. Hier geen gesnorkel. Het water is troebel door de modderige bodem. We horen in het dorp dat de coronamaatregelen strenger worden. Restaurants gaan dicht en er komt een avondklok. Het is onvermijdelijk. Toen we aankwamen, waren er 100 coronabesmettingen per dag en in de weken daarna liep het steeds meer op, tot inmiddels 700 gevallen per dag.

Les Trois-Îlets

Inmiddels is de Choctaw erbij gekomen. Ze hadden last van ankerplak, maar zijn gelukkig losgekomen en zeilen nu samen met ons mee terug naar St. Anne. Maar we doen natuurlijk eerst nog wel een paar leuke baaien aan. Liza en ik snorkelen uren. We krijgen er maar niet genoeg van. Het zeewater mag dan wel 25
°C zijn, ik kom er telkens weer verkleumd uit. Met mijn huid totaal verrimpeld, mijn haar zo stug als touw en een camera vol foto’s van de mooiste beesten. 

Snorkelbuddies 

De beide zeilboten - en wij - zijn warmgedraaid voor de oostkust van Martinique. We ankeren weer op onze vertrouwde plek bij de landtong van St. Anne en bereiden ons goed voor. Hans heeft een te dure pilot gekocht van Jérôme Nouel met prachtige luchtfoto’s, kaartjes van de ankerbaaien, nautische tips en duidelijke navigeeraanwijzingen. Ook bezoeken we een local, die we kennen van de haven en die al 30 jaar op het water rondzwerft. Hij geeft ons nog wat extra tips en vertelt over 'zijn' mooie ankerbaaien. We krijgen er steeds meer zin in en krijgen steeds meer gevoel bij hoe we het moeten aanpakken. We wachten geduldig op het juiste weervenster. We willen graag met Z/O-wind om de zuidpunt bij L’ilet Cabrit heen zeilen om daarna langs de oostkust omhoog te zeilen, het meest rottige stukje van dit oostelijke avontuur.



L'Ílet Cabrits

De proviand is ingeslagen, we kunnen vertrekken! Het is rustig weer en we besluiten direct naar L’Ílet Cabrits te gaan. Dit is maar een klein stukje zeilen (7 mijl). We ankeren achter het eiland Cabrits, waar een vuurtoren staat. Het is de stoerste plek waar we tot nu toe gelegen hebben: met twee knopen stroom uit één richting, vlak bij de oceaan die we op de riffen en rotsen zien breken. Maar we liggen verbazingwekkend rustig. We kunnen hier niet snorkelen; we zouden door de stroom zo op de oceaan belanden. Wel verkennen we het kale eiland. We blijven twee nachten in afwachting op Z/O-wind, die ons het hoekje om naar Petite Grenade  blaast.

Stokbrood halen

De weersvoorspelling komt uit en we zeilen langs het eiland naar het noordoosten. Na een paar uur krijgen we beschutting van de buitenste koraalriffen. Altijd spannend om langs de riffen te navigeren. Om Petite Grenade te bereiken, moeten we door een nauwe ingang tussen twee riffen door varen. 'Eyeball navigation', heet dit, een nieuw woord voor mij. We moeten dus goed 'uit onze doppen kijken': waar staat er branding, waar verandert de kleur van het water. Ik ga voorop staan en kijk goed om me heen, oogbalnavigatie! Als we eenmaal voorbij het rif zijn, komen we gelijk in rustig water, een binnenmeer waar we waanzinnig rustig liggen. Liza en ik halen de volgende ochtend met de dinghy stokbrood voor het ontbijt. Het is een prachtig, bloem- en kleurrijk, sfeervol dorpje met één mini-supermarktje. Tijdens het ontbijt maken we plannen om verder te gaan.

Zeilen langs de oostkust 

De kuststrook aan de oostkant is ruig met hoge kale kliffen. We zeilen alleen op de genua en trekken de Dikdak achter ons aan. We ankeren veel in natuurgebieden, waar we omringd zijn door koraalriffen die ons beschutting bieden tegen de Atlantische Oceaan. We verbazen ons elke keer weer hoe rustig we dan liggen. De onderwaterwereld is hier anders dan aan de westkant. Alles is veel ruiger, de vissen groter, het koraal imposanter en de dieptes dieper. En je moet bij het zwemmen en snorkelen heel goed op de stroming letten.

Er is nog een plekje dat ik niet snel zal vergeten. In al het blauw van de Atlantische Oceaan rijst er vijf mijl uit de kust een onbewoond eiland op. Met wuivende kokospalmen en goudwitte zandstranden, ziet Loup Garou er idyllisch uit. Maar pas op! Er liggen koraalriffen om het eiland, dus beperkte ankerplek en alleen met mooi weer te bezoeken. We liggen samen met de Choctaw in 6 meter diep water voor anker en genieten van deze bijzondere plek. We struinen wat over het eiland, maar vinden geen schatten. We drinken een biertje en vertrekken voordat het donker wordt. Want hier wil je niet overnachten.

Loup Garou

Trésor, voor anker met rechts de vuurtoren 

We scharrelen steeds verder naar het noorden. Vanuit Baie du Trésor, de laatste beschutte ankerplek, nemen we de sprong naar de noordpunt van Martinique. Dit wordt een serieuze tocht van 40 mijl naar St. Pierre. De wind komt inmiddels vanuit het oosten en wakkert aan. Na vier uur zeilen ronden we het noordelijkste puntje van Martinique. Hier zien we hoge groene pieken, diepe valleien en zwarte stranden aan de voet van de vulkaan Pelee. Het is net Jurassic Park. We komen weer aan de beschutte kant van het eiland en kunnen straks de zon weer in zee zien zakken. De baai van St. Pierre valt erg tegen door de swell die er staat. We zijn verrast, omdat we aan de oostkant juist zo beschut en rustig hebben gelegen. 



Langs het imposante noorden en voor anker bij St. Pierre

De laatste loodjes wegen het zwaarst. De Zeevalk moet op tijd terug zijn, want er wordt een nieuwe antifouling op het onderwaterschip aangebracht. De schelpen en de baard die eraan hangen doen de zeileigenschappen geen goed. De Choctaw besluit om nog wat rond te scharrelen. Na een slechte nacht willen we eigenlijk in één dag direct door naar St Anne varen. De wind is goed en we komen in het begin redelijk vooruit. Om de beurt doen we even een oogje dicht. Na twee uur steek ik mijn hoofd naar buiten, Hans zegt nog tegen mij: 'Schrik niet!' Ik zie dat we niks zijn opgeschoten. Door de golven en de tegenstroom, die er nu blijkbaar is, hebben we amper vooruitgang geboekt. Na een overstag blijkt St. Anne niet haalbaar. Daarom besluiten we een stop te maken in een baai waar we al eerder lagen. 

Terug naar St. Anne 

De volgende dag motorzeilen we terug naar St. Anne. Een half uur na vertrek blijven we hangen in een visboei. Het moest er een keer van komen. Snel zetten we de schroef uit zijn werk, maar het is te laat. Ik duik aangelijnd en met een scherp zakmes in het water en bevrijd de Zeevalk. De lijn zit vast aan het roer en aan de schroef. Daarna krijgen we buien met 40 knopen wind over ons heen. De laatste loodjes, je weet wel...

Reacties

Populaire posts van deze blog

Ons plan

De trossen zijn los!

Retteketet neemt sabbatical